Features + Interviews01 juli 2008
2000 and One
Bevrijd van het verwachtingspatroon
Hij heeft zware tijden achter de rug. Dylan Hermelijn, aka 2000 and One, klaagt niet eens over het vele werk voor zijn labels Remote Area, Intacto en 100% Pure, of over de vele gigs die hij heeft gedaan. Nee, het zijn eerder de remixen die zijn agenda op gegeven moment domineerden, plannen voor een solo-album werden zo op de lange baan geschoven. Oftewel, de tol van de roem, beseft Hermelijn, die nu zoveel mogelijk tijd voor zichzelf opeist. Dat album móet er komen.
Het begon ongeveer met Pecan, de hit die Hermelijn samen met Dave Ellesmere scoorde onder de naam Microfunk. Sindsdien heeft de Amsterdamse techno een vlucht genomen naar internationale roem, met een nieuwe lichting (Polder, Daniel Sanchez, Lauhaus, Bart Skils), maar ook oude bekenden (Intacto-kompaan Shinedoe) die de technoscene momenteel domineren. Ook 2000 and One was zon oude bekende, ontstaan in 1989 als samenwerking met dj Dano, vervolgens op een laag pitje gezet, maar deze eeuw herboren nadat minimal de techno weer interessant maakte.
Mijn invloeden hebben altijd in de Detroit-techno gelegen, vertelt Hermelijn. Maar nadat techno zich ontwikkelde tot een soort loop-achtige brei, haakte ik af. Toen ik jaren geleden Luciano een keer op Dance Valley hoorde draaien, besefte ik dat dit techno was die mij wél aansprak. Ja, een meer housey aanpak, meer melodieus en dieper. Dat ik vervolgens opviel met Pecan was eigenlijk toevallig, het is toch een soort gimmick-achtige track. Ik combineer het liefst die sound met diepere Detroit-sounds, dat kun je overigens allang geen minimal meer noemen, het is simpelweg diepe, funky techno.
Als rasproducer kan Hermelijn alles kwijt in dit nieuwe geluid. Ik maak meestal een hele rits tracks, die dan voor 80 procent af zijn, om te gebruiken tijdens dj-sets. Als iets werkt, maak ik het af in de studio, anders blijft het liggen. Soms blijft het zelfs bij zon opzetje, Pak Pak is daar een goed voorbeeld van. Dat was eigenlijk wel goed zo, besefte ik nadat ik m had getest.
Gevolg van het succes was wel de vele remix-opdrachten die volgden. Soms een eer, maar vaak ook een sleur, ontdekte Hermelijn. Ik kon gewoon geen nee zeggen. Dan belt Richie Hawtin, Dominik Eulberg of Luciano, zon opdracht wil je gewoon doen. Maar er kwam zoveel bij, dat is zwaar; dat is echt werk man! Uiteindelijk ben je alleen voor anderen bezig. Wat ook veel gebeurt is dat iemand een redelijke track maakt, maar een bekende producer de remix laat maken om die plaat te laten scoren. Ja, voor die karretjes laat ik me nu niet meer spannen, ook artiesten op mijn labels moeten dat niet teveel doen.
Vaak werd er van tevoren ook al gezegd hoe het moest klinken. Dan kreeg ik reacties op een remix of het niet anders kon! Je zit ineens vast aan een bepaald verwachtingspatroon, terwijl de muziek bij mij kan uitlopen op een Detroit-track, of een Pecan-achtig ding. Dat zal ook op mijn album, waar ik de komende tijd mee aan de slag ga, te horen zijn.
Met het oog op dit verwachtingspatroon, doet 2000 and One ook nog maar weinig livesets. Met een liveset beperk je je tot eigen producties, terwijl er zoveel andere goede tracks zijn. Daarom ben ik zo blij met die spot op Voltt Loves Summer, daar sta ik tussen Polder en Carl Craig, dan kan ik alles kwijt wat ik wil laten horen. En omdat het publiek hier ook open staat voor nieuwe sounds, hoef ik niet bang te zijn dat ze komen vragen voor Tropical Melons ofzo. Zoiets heb ik alleen nog op Time Warp gedaan, waar ik even een klassieke liveset wilde doen, dat paste daar prima, maar heb ik hier al te vaak gedaan tijd voor nieuwe dingen.
txt Nico van der Plas
Het begon ongeveer met Pecan, de hit die Hermelijn samen met Dave Ellesmere scoorde onder de naam Microfunk. Sindsdien heeft de Amsterdamse techno een vlucht genomen naar internationale roem, met een nieuwe lichting (Polder, Daniel Sanchez, Lauhaus, Bart Skils), maar ook oude bekenden (Intacto-kompaan Shinedoe) die de technoscene momenteel domineren. Ook 2000 and One was zon oude bekende, ontstaan in 1989 als samenwerking met dj Dano, vervolgens op een laag pitje gezet, maar deze eeuw herboren nadat minimal de techno weer interessant maakte.
Mijn invloeden hebben altijd in de Detroit-techno gelegen, vertelt Hermelijn. Maar nadat techno zich ontwikkelde tot een soort loop-achtige brei, haakte ik af. Toen ik jaren geleden Luciano een keer op Dance Valley hoorde draaien, besefte ik dat dit techno was die mij wél aansprak. Ja, een meer housey aanpak, meer melodieus en dieper. Dat ik vervolgens opviel met Pecan was eigenlijk toevallig, het is toch een soort gimmick-achtige track. Ik combineer het liefst die sound met diepere Detroit-sounds, dat kun je overigens allang geen minimal meer noemen, het is simpelweg diepe, funky techno.
Als rasproducer kan Hermelijn alles kwijt in dit nieuwe geluid. Ik maak meestal een hele rits tracks, die dan voor 80 procent af zijn, om te gebruiken tijdens dj-sets. Als iets werkt, maak ik het af in de studio, anders blijft het liggen. Soms blijft het zelfs bij zon opzetje, Pak Pak is daar een goed voorbeeld van. Dat was eigenlijk wel goed zo, besefte ik nadat ik m had getest.
Gevolg van het succes was wel de vele remix-opdrachten die volgden. Soms een eer, maar vaak ook een sleur, ontdekte Hermelijn. Ik kon gewoon geen nee zeggen. Dan belt Richie Hawtin, Dominik Eulberg of Luciano, zon opdracht wil je gewoon doen. Maar er kwam zoveel bij, dat is zwaar; dat is echt werk man! Uiteindelijk ben je alleen voor anderen bezig. Wat ook veel gebeurt is dat iemand een redelijke track maakt, maar een bekende producer de remix laat maken om die plaat te laten scoren. Ja, voor die karretjes laat ik me nu niet meer spannen, ook artiesten op mijn labels moeten dat niet teveel doen.
Vaak werd er van tevoren ook al gezegd hoe het moest klinken. Dan kreeg ik reacties op een remix of het niet anders kon! Je zit ineens vast aan een bepaald verwachtingspatroon, terwijl de muziek bij mij kan uitlopen op een Detroit-track, of een Pecan-achtig ding. Dat zal ook op mijn album, waar ik de komende tijd mee aan de slag ga, te horen zijn.
Met het oog op dit verwachtingspatroon, doet 2000 and One ook nog maar weinig livesets. Met een liveset beperk je je tot eigen producties, terwijl er zoveel andere goede tracks zijn. Daarom ben ik zo blij met die spot op Voltt Loves Summer, daar sta ik tussen Polder en Carl Craig, dan kan ik alles kwijt wat ik wil laten horen. En omdat het publiek hier ook open staat voor nieuwe sounds, hoef ik niet bang te zijn dat ze komen vragen voor Tropical Melons ofzo. Zoiets heb ik alleen nog op Time Warp gedaan, waar ik even een klassieke liveset wilde doen, dat paste daar prima, maar heb ik hier al te vaak gedaan tijd voor nieuwe dingen.
txt Nico van der Plas







