Het vele werk van Buma/Stemra
Buma/Stemra regelt namens aangesloten componisten, tekstdichters en muziekuitgevers een vergoeding voor het gebruik van hun muziek.1 oktober 2009
|
9 januari 2010 ![]() SENAOmstreden stichting wil dancescene verrijkenZe zijn nieuwkomers in de dancescene. En dat heeft SENA wat tegenstand opgeleverd, al is het werk van deze (door de overheid opgerichte) stichting volkomen logisch. “We komen op voor de dance-producers”, zegt Marielle Kuijt van SENA. “Dat is simpelweg een goede zaak. We zorgen er namelijk voor dat producers van dance muziek het geld krijgen waar ze recht op hebben. Dat is jarenlang niet gebeurd; organisatoren van dance evenementen en dj's verdienden geld met plaatjes draaien, zonder dat de makers ervan hier iets van terugzagen. Dat is nu veranderd, maar veel party-organisaties moeten nog even wennen.”
Niet te verwarren met de Buma, die vergoedingen int voor de 'bedenkers van muziek', komt SENA op voor de 'makers van muziek'. Ja, dat is een duidelijk verschil. “Je kunt een liedje hebben geschreven, maar iemand anders kan hem dan spelen. Precies, een cover, maar ook, zoals veel in de dance gebeurt, het remixen van een track. Wij houden al sinds 1993 alle openbare muziek in de gaten, van radio tot muziek op de werkvloer, alleen de dance was bij ons een ondergeschoven kindje. We schreven organisatoren aan maar hadden nog niet de mogelijkheid om de hele dancescene te benaderen. Dat maken we nu goed, sinds 2008 hebben we de hele dancescene onder handen genomen. Dat leverde, zoals gezegd, wat irritaties op.”Vanzelfsprekend; party-organisaties moesten al jarenlang geld aan de Buma betalen voor muziek die op hun feesten werd gedraaid, ineens kwam ook de SENA erbij. “Terwijl we eigenlijk de dancescene alleen maar verrijken”, zegt Marielle. “Muziek is de basis van elk feest. Als de makers van deze muziek geen geld verdienen, houdt het snel op. Ze hebben het al zwaar genoeg, met tegenvallende cd-verkoop en illegale downloads... Wij zorgen er ook voor dat elke cent die we innen teruggaat naar de dancescene, zo blijft de dance muziek in leven.” Zo haalt SENA geld op en wordt dit verdeeld over producers. “Bij dance evenementen kijken we naar het aantal bezoekers en de toegangsprijs. Op basis hiervan wordt een percentage van de inkomsten berekend die aan ons moet worden afgedragen. We gebruiken hetzelfde vergoedingsmodel als Buma, dat binnen de dancescene al jaren lang wordt gehanteerd.” “Vervolgens kijken we naar de download-lijsten van alle GfK-partijen (de Nederlandse hitlijsten en download-portals) en andere belangrijke downloadportals voor dance, zodat we precies weten welke producers de meeste platen hebben verkocht. Hoe meer tracks er van je zijn gedownload, hoe groter het percentage dat je van ons geďnde geld ontvangt. Maar dan moet je wel bij ons zijn aangesloten! Een producer kan zich gratis bij ons aanmelden, alleen dan kan hij via ons geld voor zijn gedraaide muziek ontvangen.” Het klinkt allemaal logisch. Toch heeft de SENA nog veel werk te verrichten. Kuijt: “Zodra we het uitleggen, snappen organisaties waarom ze geld moeten afdragen. Er zijn een aantal partijen die nog moeten wennen aan het feit dat ze ook aan de makers van dance muziek moeten betalen, en hier tegen in verzet gaan. Terwijl dat helemaal niet nodig is; we zijn echt dance minded en vinden dat ook de makers van dance muziek recht hebben op een vergoeding voor het gebruik van hun creatie. Gelukkig wordt het verzet minder. We gaan ook veel op bezoek bij organisatis, geven seminars, sturen mailings rond. Er is steeds meer begrip voor ons werk, en dat is maar goed ook, uiteindelijk doen we het allemaal voor de muziek.” txt Nico van der Plas imgs Rick Mandoeng & SENA |