Features + Kunst & Cultuur18 maart 2010
Alexander van Slobbe - Stof tot nadenken in Utrecht
[FONT="Verdana"][SIZE="2"]Alexander, wie? Misschien is Alexander van Slobbe niet de eerste mode-ontwerper die in je hoofd op komt wanneer je aan mode denkt. Van Slobbe is al ruim twintig jaar een succesvolle Nederlandse mode-ontwerper die toffe minimalistische kleding maakt. Zijn kleding is nu te zien in het Centraal Museum Utrecht. En met enkel kijken kom je er niet: er is een naaizaal waar iedereen een A-lijn jurkje van Van Slobbe’s hand in elkaar mag naaien, geheel naar zijn of haar inzicht.
Het minimalisme straalt niet enkel van de kledingstukken af; de muren, teksten, paspoppen, vitrines,… Alles in het museum straalt minimalisme uit. Eenvoud. Maar zeker geen armoedige eenvoud die tot slaapverwekkende situaties leidt. De kleding is namelijk vaak gemaakt van het luxe kasjmier of zijde en heeft verrassende constructies. Zo zijn er broches die functioneren als origami en veel van Alexander’s jurkjes zijn met weinig moeite te veranderen qua silhouet. Bijvoorbeeld door een lint dat aan de binnenkant van een jurk is geregen. Het lint is niet zichtbaar voor de omgeving, maar de drager kan met het aantrekken of loslaten van het lint, het silhouet veranderen. Met eenvoudige materialen en technieken mooie resultaten bereiken, is typerend voor het werk van Van Slobbe. Het zit ‘m niet in de glitters en grootse theatrale outfits, maar in de veranderlijke eenvoud.
Het museum heeft in samenwerking met Van Slobbe de tentoonstelling ingericht. Het is niet chronologisch ingericht, maar naar de werkwijze van Van Slobbe. De tentoonstelling moet je op deze manier een kijkje geven in het magazijn en de werkwijze van Van Slobbe. Veel paspoppen in creaties van Van Slobbe staan daarom nog in eenvoudige witte ‘transportkisten’. Jammer dat er niet met echte robuuste transportkisten is gewerkt, nu doet het wat knullig aan. De witte kisten doen me denken aan de goedkope IKEA Billy kasten. En ik neem aan dat Van Slobbe zijn eenvoud niet wil associëren met eenvoudige Billy.
De soberheid van Alexander’s stukken is te vinden in de kleurcomposities. Het is monochroom: elk stuk heeft één hoofdkleur. De pracht zit ‘m dus niet in de uitdagende printen of kleurcombinaties, maar in de juiste kleurtoon. De kracht van Van Slobbe’s werk zit hem in het conceptuele. Hoe valt een groot plat katoenen vierkant –denk aan een dun crèmekleurig dekbed- om een lichaam? Dit klinkt banaal, maar deze vormexperimenten, maken het werk van Van Slobbe interessant om naar te kijken.
Leuk aan de tentoonstelling is dat er niet enkel stukken te zien zijn van tien jaar terug, maar ook van de wintercollectie 2009/2010. Ook is de opstelling –met uitzondering van de Billy’s- van zaal twee een genot voor het oog. Vier rijen met hoofdloze paspoppen gekleed in verschillende marineblauwe outfits hangen hoog boven ons aan stalen kabels. Een massa van dezelfde paspoppen en kleuren. Maar tegelijkertijd ook individueel en uniek, doordat elke outfit anders is. Leuk detail: onder elke paspop is op de grond het patroon te zien van het outfit dat de paspop draagt.
Aan het einde van de tentoonstelling is de naaizaal. Daar kun je als bezoeker je creativiteit kwijt. Het is leuk dat het museum interactie wil met de bezoeker. En de onbekende mode-ontwerper/bezoeker heeft op deze manier de kans om ontdekt te worden. De mooiste jurken worden namelijk tentoongesteld op paspoppen die in de naaizaal staan.
De tentoonstelling is van 13 februari tot 16 mei te bezoeken.
Klik hier voor meer informatie.
txt Kelly Leeuwis
imgs Daniëlle Rietveld
[/SIZE][/FONT]
Het minimalisme straalt niet enkel van de kledingstukken af; de muren, teksten, paspoppen, vitrines,… Alles in het museum straalt minimalisme uit. Eenvoud. Maar zeker geen armoedige eenvoud die tot slaapverwekkende situaties leidt. De kleding is namelijk vaak gemaakt van het luxe kasjmier of zijde en heeft verrassende constructies. Zo zijn er broches die functioneren als origami en veel van Alexander’s jurkjes zijn met weinig moeite te veranderen qua silhouet. Bijvoorbeeld door een lint dat aan de binnenkant van een jurk is geregen. Het lint is niet zichtbaar voor de omgeving, maar de drager kan met het aantrekken of loslaten van het lint, het silhouet veranderen. Met eenvoudige materialen en technieken mooie resultaten bereiken, is typerend voor het werk van Van Slobbe. Het zit ‘m niet in de glitters en grootse theatrale outfits, maar in de veranderlijke eenvoud.
Het museum heeft in samenwerking met Van Slobbe de tentoonstelling ingericht. Het is niet chronologisch ingericht, maar naar de werkwijze van Van Slobbe. De tentoonstelling moet je op deze manier een kijkje geven in het magazijn en de werkwijze van Van Slobbe. Veel paspoppen in creaties van Van Slobbe staan daarom nog in eenvoudige witte ‘transportkisten’. Jammer dat er niet met echte robuuste transportkisten is gewerkt, nu doet het wat knullig aan. De witte kisten doen me denken aan de goedkope IKEA Billy kasten. En ik neem aan dat Van Slobbe zijn eenvoud niet wil associëren met eenvoudige Billy.
De soberheid van Alexander’s stukken is te vinden in de kleurcomposities. Het is monochroom: elk stuk heeft één hoofdkleur. De pracht zit ‘m dus niet in de uitdagende printen of kleurcombinaties, maar in de juiste kleurtoon. De kracht van Van Slobbe’s werk zit hem in het conceptuele. Hoe valt een groot plat katoenen vierkant –denk aan een dun crèmekleurig dekbed- om een lichaam? Dit klinkt banaal, maar deze vormexperimenten, maken het werk van Van Slobbe interessant om naar te kijken.Leuk aan de tentoonstelling is dat er niet enkel stukken te zien zijn van tien jaar terug, maar ook van de wintercollectie 2009/2010. Ook is de opstelling –met uitzondering van de Billy’s- van zaal twee een genot voor het oog. Vier rijen met hoofdloze paspoppen gekleed in verschillende marineblauwe outfits hangen hoog boven ons aan stalen kabels. Een massa van dezelfde paspoppen en kleuren. Maar tegelijkertijd ook individueel en uniek, doordat elke outfit anders is. Leuk detail: onder elke paspop is op de grond het patroon te zien van het outfit dat de paspop draagt.
Aan het einde van de tentoonstelling is de naaizaal. Daar kun je als bezoeker je creativiteit kwijt. Het is leuk dat het museum interactie wil met de bezoeker. En de onbekende mode-ontwerper/bezoeker heeft op deze manier de kans om ontdekt te worden. De mooiste jurken worden namelijk tentoongesteld op paspoppen die in de naaizaal staan.
De tentoonstelling is van 13 februari tot 16 mei te bezoeken.
Klik hier voor meer informatie.
txt Kelly Leeuwis
imgs Daniëlle Rietveld
[/SIZE][/FONT]


