Features + Interviews01 mei 2009
Laurent Garnier
Alles voor de familie
Even leek Laurent Garnier uit ons zicht te verdwijnen. De Franse technopionier heeft tegenwoordig een gezin, staat niet meer zo vaak achter de draaitafels als vroeger, zijn label Fcom is ermee opgehouden en ook zijn laatste album was allesbehalve dansbaar. Nee, Garnier leek eerder een kunstzinnig pad op te zijn gegaan, duikend in vage filmmuziek, tussendoor optredend met zijn jazzband. Maar zie, ineens was daar een nieuwe plaat, Tales of a Kleptomaniac, gevuld met een typische verzameling elektronische muziek, van techno en house tot hiphop en drum 'n bass. De oude baas laat zich gelden, al mogen we niet spreken van een comeback.
Heel even ging het gerucht dat Garniers vijfde album zou uitkomen op Fcom, het geesteskind van hem en jarenlange zakenpartner Eric Morand. “Absoluut niet!”, klinkt de Parijzenaar resoluut. “Fcom is 'on hold', dat komt misschien nooit meer terug. Het werd op een gegeven moment al een label voor louter albumreleases, maar uiteindelijk wilde Eric niet meer met artiesten bezig zijn, behalve met mij. Toen heb ik gezegd, Fcom is een familie voor mij, alleen jij en ik, da's als een familie zonder kinderen. Dan moeten we stoppen.”
Spijt heeft de Fransman niet van dit besluit. “Ik vond het geen moeilijke zet, ik ben geen nostalgisch persoon. Het leven heeft ups en downs, dat maakt het interessant. Fcom had 14 jaar overleefd, waarvan de laatste twee jaar vreselijk waren omdat we nauwelijks platen verkochten. Eric werkte zelfs voor niets! En dat is prima als je 20 bent, maar hij is, net als ik, al in de 40. Ik vond het dus geen vreemd besluit om te stoppen voordat we werkelijk alles waren kwijtgeraakt.”
Garnier kon zich vervolgens helemaal storten op de muziek. “Nou, dat deed ik toch altijd al. Eric was meer de baas, terwijl ik me meer tussen de artiesten bevond. Ik zat ook nooit op kantoor, ik vertegenwoordigde het label daarbuiten. Dat heeft een label ook nodig tegenwoordig; iemand 'on the floor', en iemand op kantoor die vijf dagen in de week z'n ding doet. Ik moest Eric ook overtuigen om mijn vorige album uit te brengen, toen was ik echt de muzikant die de baas om toestemming vroeg, terwijl we in feite allebei evenveel baas waren.”
Maar goed, The Cloud Making Machine, een plaat vol vreemde, filmisch klinkende muziek, was ook niet bepaald Garniers meest toegankelijke plaat. “Eric vroeg me hoeveel ik dacht van die plaat te verkopen”, herinnert hij zich. “Ik zei, ongeveer 10 procent van wat we normaal verkopen, dus zo'n 20.000 in plaats van 200.000. En hij zei, als je dit echt denkt, dan teken ik 'm. Toen was mij duidelijk dat hij 'm goed vond, al wisten we allebei dat we op een muur afreden. Maar ja, ik wilde die plaat gewoon uitbrengen, hoe donker hij ook was. Dat zou ik nu weer doen.”
Vervolgens leek het erop dat Garnier meer de kunstzinnige kant op ging, hij maakte muziek voor een aantal (korte) films, en ook nu zegt hij genoeg experimenteel materiaal te hebben liggen. Maar, het bloed kruipt waar het niet kan gaan, langzaam kreeg de techno meer vat op hem, al hebben ook de ervaringen met zijn live band tot zijn huidige album geleid. “Ik voelde me weer onderdeel van een familie”, zegt hij. “Daardoor raakte ik wat minder geobsedeerd door het feit dat ik geen professionele keyboardspeler of muzikant ben. Het maakte me duidelijk dat ik een belangrijk deel ben van zo'n show, door al die muzikanten samen te brengen, en ze samen goed te laten klinken. Ik werd een soort dirigent, dat maakte me minder bang om als muzikant het podium op te gaan.”
En terwijl Garnier steeds meer zelfvertrouwen kreeg, ontwikkelde de techno zich weer tot een voor hem aantrekkelijke muzieksoort. “Vijf jaar geleden, voor de explosie van minimal music, luisterde iedereen naar hardtechno, daar kon ik mezelf niet in vinden. Techno gaat om muziek, niet om een rush of om hardheid. Dingen zijn ondertussen veranderd, met dank aan minimal music. Het heeft het publiek een beetje gekalmeerd, er wordt weer naar verschillende dingen geluisterd. Soms een beetje saai, maar er is in ieder geval weer aandacht voor verschillende tempo's, opbouw en afwijkende geluiden.”
“'It opened my mind', net als de liveshow dat deed. Er is nu ook geen twijfel over wat we doen op podium. Soms is er twijfel over de kwaliteit van de tracks, maar niet over wat we doen. Als dj moet ik draaien, dingen met elkaar mixen, dat dj-verhaal vertellen, en live is iets op het moment zelf creëren met instrumenten, fouten maken, improviseren, iets bouwen, dan stoppen en opnieuw beginnen... Het zijn twee totaal verschillende werelden.”
Met Tales of a Kleptomaniac gebruikte de Fransman zijn muzikanten om de meest gevarieerde dansmuziek te produceren, van technotracks als 'Gnanmankoudji' en 'Back to my Roots' tot een drum'n'bass-track als 'Bourre Pif' of hiphop op 'Freeverse'. Noem het een statement, het onderstrepen van zijn status als veelzijdig techno-artiest. Dat hem overigens ook weleens parten speelt tijdens zijn liveshows, zoals hij zelf al zegt, niet te vergelijken met zijn dj-sets.
“Ik denk dat 90 procent van onze show uit dansmuziek bestaat, maar je hoort ook veel jazz en zelfs blues. Dat wil mensen nog weleens verrassen, vooral technofeesten zijn de moeilijkste gigs voor ons. Vooral in het begin begrepen mensen mij nog niet helemaal. Bij veel shows stonden ze dan te schreeuwen om 'Crispy Bacon', de rest kon ze niet schelen. En dan dacht ik, ja, dat krijg je wel, maar denk niet dat we tien keer zo'n track gaan doen, want dan ben je op de verkeerde plek. We proberen nu iets anders, ga maar wat drinken, hierna komt weer een dj.”
“Maar het kan ook goed uitpakken. Op I Love Techno bijvoorbeeld, daar deden we een liveshow die eigenlijk één uur zou duren, we speelden uiteindelijk twee uur! Mensen gingen uit hun dak! 9000 man! En het kon daar, want in de zaal naast ons stond Sven, in de andere Jeff. Dus we zeiden al, als je echt techno wilt, go next door. Wij gaan hier wat andere dingen spelen...”
Dat Garnier ineens weer helemaal terug lijkt, is volgens hem overdreven. “Nee, dit is geen comeback. Ik ben alleen minder gaan draaien omdat ik nu een zoontje heb, die wil ik zien opgroeien. Daarom ben ik het ene weekend weg, het andere weekend blijf ik thuis. Muzikaal heb ik echter wel het gevoel een nieuwe fase te zijn ingegaan. Als je ziet hoeveel evolutie er de laatste jaren is geweest, van dubstep tot deephouse, zoveel coole nieuwe dingen. Chicago house komt nu ook weer terug met een nieuw geluid, zoveel funky dingen die nu opkomen. 'Tons of really good shit', daar ben ik opgewonden over, dat diende als inspiratie voor mij!”
Hij weet trouwens nog precies wanneer zijn oude techno-hart weer begon te kloppen. “Toen ik 'No Sleep' hoorde van Radio Slave, het derde deel, wat een geweldig nummer is dat! Maar ook 'Myspace' van Guy Gerber, daar ging ik ook van uit m'n dak. Ik kan nog een hele hoop andere dingen noemen, de soundtrack van de film Last King of Scotland bijvoorbeeld, maar die eerste twee tracks deden het voor mij. Tja, vijf jaar geleden dacht ik echt voor altijd in die experimentele hoek te blijven hangen, maar, tja, zwarte muziek en dansmuziek zijn sterker dan mijn gedachten.”
Zijn verdere plannen blijven dus onduidelijk, al ligt er bij Garnier altijd wel iets in het verschiet. “Weet je, ik ben altijd gefascineerd geweest door families. Zoals ook Andy Warhol met zijn Factory allerlei muzikanten, kunstenaars en choreografen bij elkaar haalde, en dan samen tot iets komen. Ik heb altijd gedroomd om zoiets te doen, maar ik leef in de verkeerde tijd, alles draait tegenwoordig om individualiteit. Maar als ik bedenk hoe ik werk, met Fcom, met de band, dan lijkt het er wel een beetje op.”
“We zijn nu ook bezig met de verfilming van Electroshock, een boek dat ik een paar jaar geleden heb uitgebracht. En we vinden het erg moeilijk om een producer hiervoor te vinden, omdat er dan iemand in de familie moet komen. En als die persoon niet goed in de familie past, maar alleen voor het geld werkt, wordt hij niet geaccepteerd. Er moet een klik zijn, anders ga ik me bedreigd voelen. Dat hele idee van samen iets creëren, dat soms niet eens leidt tot iets definitiefs, vind ik mooi. Ik wil ook steeds verder gaan als artiest, nieuwe dingen doen, en dat gaat het best als je met anderen samenwerkt. Dat zal waarschijnlijk veel gaan gebeuren de komende tijd.”
Tales of a Kleptomaniac komt uit op 11 mei 2009.
txt Nico van der Plas
Heel even ging het gerucht dat Garniers vijfde album zou uitkomen op Fcom, het geesteskind van hem en jarenlange zakenpartner Eric Morand. “Absoluut niet!”, klinkt de Parijzenaar resoluut. “Fcom is 'on hold', dat komt misschien nooit meer terug. Het werd op een gegeven moment al een label voor louter albumreleases, maar uiteindelijk wilde Eric niet meer met artiesten bezig zijn, behalve met mij. Toen heb ik gezegd, Fcom is een familie voor mij, alleen jij en ik, da's als een familie zonder kinderen. Dan moeten we stoppen.”Spijt heeft de Fransman niet van dit besluit. “Ik vond het geen moeilijke zet, ik ben geen nostalgisch persoon. Het leven heeft ups en downs, dat maakt het interessant. Fcom had 14 jaar overleefd, waarvan de laatste twee jaar vreselijk waren omdat we nauwelijks platen verkochten. Eric werkte zelfs voor niets! En dat is prima als je 20 bent, maar hij is, net als ik, al in de 40. Ik vond het dus geen vreemd besluit om te stoppen voordat we werkelijk alles waren kwijtgeraakt.”
Garnier kon zich vervolgens helemaal storten op de muziek. “Nou, dat deed ik toch altijd al. Eric was meer de baas, terwijl ik me meer tussen de artiesten bevond. Ik zat ook nooit op kantoor, ik vertegenwoordigde het label daarbuiten. Dat heeft een label ook nodig tegenwoordig; iemand 'on the floor', en iemand op kantoor die vijf dagen in de week z'n ding doet. Ik moest Eric ook overtuigen om mijn vorige album uit te brengen, toen was ik echt de muzikant die de baas om toestemming vroeg, terwijl we in feite allebei evenveel baas waren.”
Maar goed, The Cloud Making Machine, een plaat vol vreemde, filmisch klinkende muziek, was ook niet bepaald Garniers meest toegankelijke plaat. “Eric vroeg me hoeveel ik dacht van die plaat te verkopen”, herinnert hij zich. “Ik zei, ongeveer 10 procent van wat we normaal verkopen, dus zo'n 20.000 in plaats van 200.000. En hij zei, als je dit echt denkt, dan teken ik 'm. Toen was mij duidelijk dat hij 'm goed vond, al wisten we allebei dat we op een muur afreden. Maar ja, ik wilde die plaat gewoon uitbrengen, hoe donker hij ook was. Dat zou ik nu weer doen.”
Vervolgens leek het erop dat Garnier meer de kunstzinnige kant op ging, hij maakte muziek voor een aantal (korte) films, en ook nu zegt hij genoeg experimenteel materiaal te hebben liggen. Maar, het bloed kruipt waar het niet kan gaan, langzaam kreeg de techno meer vat op hem, al hebben ook de ervaringen met zijn live band tot zijn huidige album geleid. “Ik voelde me weer onderdeel van een familie”, zegt hij. “Daardoor raakte ik wat minder geobsedeerd door het feit dat ik geen professionele keyboardspeler of muzikant ben. Het maakte me duidelijk dat ik een belangrijk deel ben van zo'n show, door al die muzikanten samen te brengen, en ze samen goed te laten klinken. Ik werd een soort dirigent, dat maakte me minder bang om als muzikant het podium op te gaan.”
En terwijl Garnier steeds meer zelfvertrouwen kreeg, ontwikkelde de techno zich weer tot een voor hem aantrekkelijke muzieksoort. “Vijf jaar geleden, voor de explosie van minimal music, luisterde iedereen naar hardtechno, daar kon ik mezelf niet in vinden. Techno gaat om muziek, niet om een rush of om hardheid. Dingen zijn ondertussen veranderd, met dank aan minimal music. Het heeft het publiek een beetje gekalmeerd, er wordt weer naar verschillende dingen geluisterd. Soms een beetje saai, maar er is in ieder geval weer aandacht voor verschillende tempo's, opbouw en afwijkende geluiden.”
“'It opened my mind', net als de liveshow dat deed. Er is nu ook geen twijfel over wat we doen op podium. Soms is er twijfel over de kwaliteit van de tracks, maar niet over wat we doen. Als dj moet ik draaien, dingen met elkaar mixen, dat dj-verhaal vertellen, en live is iets op het moment zelf creëren met instrumenten, fouten maken, improviseren, iets bouwen, dan stoppen en opnieuw beginnen... Het zijn twee totaal verschillende werelden.”Met Tales of a Kleptomaniac gebruikte de Fransman zijn muzikanten om de meest gevarieerde dansmuziek te produceren, van technotracks als 'Gnanmankoudji' en 'Back to my Roots' tot een drum'n'bass-track als 'Bourre Pif' of hiphop op 'Freeverse'. Noem het een statement, het onderstrepen van zijn status als veelzijdig techno-artiest. Dat hem overigens ook weleens parten speelt tijdens zijn liveshows, zoals hij zelf al zegt, niet te vergelijken met zijn dj-sets.
“Ik denk dat 90 procent van onze show uit dansmuziek bestaat, maar je hoort ook veel jazz en zelfs blues. Dat wil mensen nog weleens verrassen, vooral technofeesten zijn de moeilijkste gigs voor ons. Vooral in het begin begrepen mensen mij nog niet helemaal. Bij veel shows stonden ze dan te schreeuwen om 'Crispy Bacon', de rest kon ze niet schelen. En dan dacht ik, ja, dat krijg je wel, maar denk niet dat we tien keer zo'n track gaan doen, want dan ben je op de verkeerde plek. We proberen nu iets anders, ga maar wat drinken, hierna komt weer een dj.”
“Maar het kan ook goed uitpakken. Op I Love Techno bijvoorbeeld, daar deden we een liveshow die eigenlijk één uur zou duren, we speelden uiteindelijk twee uur! Mensen gingen uit hun dak! 9000 man! En het kon daar, want in de zaal naast ons stond Sven, in de andere Jeff. Dus we zeiden al, als je echt techno wilt, go next door. Wij gaan hier wat andere dingen spelen...”
Dat Garnier ineens weer helemaal terug lijkt, is volgens hem overdreven. “Nee, dit is geen comeback. Ik ben alleen minder gaan draaien omdat ik nu een zoontje heb, die wil ik zien opgroeien. Daarom ben ik het ene weekend weg, het andere weekend blijf ik thuis. Muzikaal heb ik echter wel het gevoel een nieuwe fase te zijn ingegaan. Als je ziet hoeveel evolutie er de laatste jaren is geweest, van dubstep tot deephouse, zoveel coole nieuwe dingen. Chicago house komt nu ook weer terug met een nieuw geluid, zoveel funky dingen die nu opkomen. 'Tons of really good shit', daar ben ik opgewonden over, dat diende als inspiratie voor mij!”
Hij weet trouwens nog precies wanneer zijn oude techno-hart weer begon te kloppen. “Toen ik 'No Sleep' hoorde van Radio Slave, het derde deel, wat een geweldig nummer is dat! Maar ook 'Myspace' van Guy Gerber, daar ging ik ook van uit m'n dak. Ik kan nog een hele hoop andere dingen noemen, de soundtrack van de film Last King of Scotland bijvoorbeeld, maar die eerste twee tracks deden het voor mij. Tja, vijf jaar geleden dacht ik echt voor altijd in die experimentele hoek te blijven hangen, maar, tja, zwarte muziek en dansmuziek zijn sterker dan mijn gedachten.”
Zijn verdere plannen blijven dus onduidelijk, al ligt er bij Garnier altijd wel iets in het verschiet. “Weet je, ik ben altijd gefascineerd geweest door families. Zoals ook Andy Warhol met zijn Factory allerlei muzikanten, kunstenaars en choreografen bij elkaar haalde, en dan samen tot iets komen. Ik heb altijd gedroomd om zoiets te doen, maar ik leef in de verkeerde tijd, alles draait tegenwoordig om individualiteit. Maar als ik bedenk hoe ik werk, met Fcom, met de band, dan lijkt het er wel een beetje op.”
“We zijn nu ook bezig met de verfilming van Electroshock, een boek dat ik een paar jaar geleden heb uitgebracht. En we vinden het erg moeilijk om een producer hiervoor te vinden, omdat er dan iemand in de familie moet komen. En als die persoon niet goed in de familie past, maar alleen voor het geld werkt, wordt hij niet geaccepteerd. Er moet een klik zijn, anders ga ik me bedreigd voelen. Dat hele idee van samen iets creëren, dat soms niet eens leidt tot iets definitiefs, vind ik mooi. Ik wil ook steeds verder gaan als artiest, nieuwe dingen doen, en dat gaat het best als je met anderen samenwerkt. Dat zal waarschijnlijk veel gaan gebeuren de komende tijd.”
Tales of a Kleptomaniac komt uit op 11 mei 2009.
txt Nico van der Plas





![Nice [Pias] Nites](/uploads/images/articles/org/2617.jpg)















































