Features + Interviews01 november 2007
Róisín Murphy - Disco met gemengde gevoelens
Ze was jarenlang het gezicht van Moloko, om vervolgens uit te groeien tot succesvol solo-artieste. Dat was even wennen voor Róisín Murphy, die sinds 1995 aan de hand van vriend en producer Mark Brydon de muziekwereld had veroverd. Nadat de relatie uiteen viel, stond de stoere Ierse ineens op eigen benen en moest ze de studio delen met vreemde mannen. Kan Ruby Blue, haar solodebuut van twee jaar geleden, worden gezien als voor het eerst vreemdgaan, op haar tweede soloplaat Overpowered doet ze het momenteel met iedereen. Resultaat is Róisín’s ideale discoplaat, zo zegt ze zelf.
“Ik hou van disco. En dan bedoel ik niet alleen de ouderwetse disco uit de jaren 70 en 80, maar ook de goede houseplaten van de laatste jaren. Wanneer dansmuziek goed is, noem ik het gewoon disco, welke stijl het ook is. En dat geldt ook voor mijn muziek; ik heb geprobeerd de lijn vast te houden die ik met Moloko en mijn eerste soloplaat volgde –moderne dansmuziek. Dat is voor mij de enige stijl waar ik mij het best in kan uiten.”
Clubmuziek met een ziel, dat is waar de ooit in Manchester feestende Murphy het over heeft. “Ik zag eind jaren 80 al de commercie opduiken in de dansmuziek. En zeker toen house wereldwijd populair werd, werd de muziek steeds eenzijdiger. Voor veel mensen werd het synoniem met een hoop chemische rommel in je lijf gooien en de hele nacht springen. Wat deels ook wel waar is, maar ik heb zulke mooie ervaringen gehad in clubs, zulke mooie dingen gehoord van dj’s, ik kan gewoon niet geloven dat dat het enige is.”Met Moloko hield de zangeres die ziel in de muziek, om haar geluid vervolgens te perfectioneren, ten eerste met geluidskunstenaar Matthew Herbert op solodebuut Ruby Blue. “Het was jammer dat Moloko stopte. Maar Mark en ik gingen uit elkaar, hebben toen nog één plaat gemaakt, Statues, maar wisten beiden dat dit de laatste zou zijn. In de periode daarna had ik moeite om over de relatie te komen, het enige wat ik kon doen was werken. Dat was wel vreemd, om ineens met iemand anders in de studio te zitten. Maar Matthew werkt op zo’n eigenzinnige manier (zonder synths, allerlei gekke samples opnemend, nooit re-takes doen, altijd de eerste uitbarsting van creativiteit gebruiken), zo had ik nog nooit gewerkt met Mark, dat voelde bevrijdend.”
Onlangs kwam het vervolg op die eerste plaat uit, Overpowered. Ditmaal zonder Herbert, maar met verschillende producers waaronder Andy Cato (Groove Armada), Seji en Richard X. “Het is iets totaal anders dan Ruby Blue”, zegt de Ierse erover. “Die plaat zou ik nooit nog een keer kunnen maken; die draaide om een moment, net als de muziek die eruit kwam. Ditmaal ging ik veel minder experimenteel te werk, ik wist van tevoren precies wat ik wilde en heb daar de juiste mensen bij gezocht.”
“Ik wilde altijd al de perfecte discoplaat maken”, vervolgt ze. “Vooral met vocalen kan dansmuziek zowel vrolijk als bedroefd zijn. Er is altijd een spanning, je voelt je verliefd, maar ook wanhopig jaloers, snap je? Dat hoor ik alleen in disco, die gemengde emoties. Ondanks de commercie geloof ik ook dat er nog steeds heel goede houseplaten worden gemaakt, met dat gevoel.”
“Niet dat ik zelf nog zo veel uitga, hoor, ik dans tegenwoordig nog maar weinig. Komt omdat ik nogal intens ben als ik uitga; ik wil dat de muziek goed is, dat er een dialoog is tussen dj en publiek, en dat ik ruimte heb om te dansen, de hele nacht lang, samen met een groep mensen die dezelfde instelling hebben. Er zijn echter nog maar weinig plekken met die ingrediënten, dan houd ik me liever bezig met het maken van de muziek.”
txt Nico van der Plas









