Features + Interviews03 juni 2010
Trentemøller en de schoonheid van melancholie
Het nieuwe album van Trentemøller is een verrassende. Vergeleken met zijn fameuze debuutalbum The Last Resort uit 2006 zoekt de Deense producer het op Into The Great Wide Yonder vooral in donker getinte indiesongs. Van zijn technoverleden is nog maar weinig te horen, er wordt ditmaal nauwelijks gedanst, eerder gezwijmeld. Dance.nl doet een poging tot ontcijfering van Trentemøller's melancholieke buien.
“Ja, ik weet het”, klinkt het twijfelachtig, bijna verontschuldigend. “Veel mensen moeten wennen aan dit nieuwe geluid; ze moeten het album meerdere keren draaien voordat ze er echt iets over kunnen zeggen. Voor mij was het echter geen optie om iets anders te maken, dit is simpelweg de muziek die er uitkwam -dat kun je niet negeren.”
Anders Trentemøller, grensverleggend producer uit Denemarken, veroverde Europa vier jaar geleden met The Last Resort, een plaat waar hij zijn ervaring als danceproducer samenbracht in uiteenlopende sfeermuziek, met zowel invloeden uit de ambient, minimal en (indie)pop. Nu is hij in Amsterdam om die langverwachte opvolger te bespreken, een plaat met vooral diep donkere luisterliedjes. “Ik heb het niet in me om vrolijke liefdesliedjes te maken”, zegt hij. “In de krochten van de melancholie kan ik veel beter mijn weg vinden, daar kun je diepere lagen in kwijt.”
Toch had hij niet het plan nu even een lekker zwartgallige plaat te maken. “Ik ben ook helemaal niet depressief ofzo, het is niet dat ik de hele dag thuis zit te huilen, haha! Maar ik zie melancholie ook niet hetzelfde als triestheid, het heeft juist een enorme schoonheid. Op dit album hoor je echter geluiden die best dramatisch zijn, dat was niet gepland. Ik vroeg me zelf op een gegeven moment ook af, waar komt dit vandaan?”
Hij kan er zelf de vinger niet op leggen. Misschien dat hij ditmaal niet met zijn vaste bandleden werkte, zoals op het eerste album? “Ik heb bijna alles zelf ingespeeld in mijn thuisstudio. Dat zorgde er wel voor dat het een meer eenzaam proces werd. Maar volgens mij heeft dat niet specifiek in dit geluid geresulteerd. Ik denk dat het eerder komt omdat ik de laatste jaren andere muziek ben gaan luisteren. Van indie tot shoegaze tot jaren 60 surfmuziek, ik raakte steeds verder van de dance verwijderd. Vooral de minimal, waar ik aanvankelijk onder werd geschaard, sprak mij allang niet meer aan. Ik heb me er eigenlijk nooit thuisgevoeld, maar tegen het einde werd die muziek zo klinisch en anoniem, daar moest een reactie op komen.”
Hij noemt de indiescene, waar elementen uit de dance werden samengebracht met songwriting. “Naar mijn mening een reactie op die steeds saaier wordende minimal”, zegt hij. “Als dj draai ik ook allang niet meer pure techno of minimal, eerder mashups en bootlegs uit zowel de indie- als dancescene. Gewoon beats met rock-invloeden, zelfgemaakte mashups enzo..”
Zou dat de sleutel tot Into The Great White Yonder zijn? Trentemøller heeft het echter ook over de Scandinavische muziekscene, waar weinig commerciële dance te vinden is, maar wel flink veel experimentele elektronica, alsmede folk en indierock. Vaak met eveneens een flinke dosis melancholie. “Luister terug naar oude Noordelijke volksliedjes, daar hoor je het ook.”
Kenners zagen het overigens al aankomen. Vorig jaar bracht Trentemøller reeds mixalbum Harbour Boat Trips: Copenhagen uit, waarop uitsluitend onbekende indiepop te horen was. “Dat was voor mij de kans om de muziek te laten horen die mij de laatste tijd heeft beinvloed. Ik denk nooit na of het wel elektronisch of niet, voor mij is er geen onderscheid. Al besef ik dat veel mensen mij zien als elektronische artiest, dit zal voor veel mensen alvast wat ogen hebben geopend.”
Met zijn donkere haar, kleding en zelfs zwartgelakte nagels lijkt de Deen zich helemaal te hebben ondergedompeld in zijn nieuwe stijl. Al kan er volgens hem net zo makkelijk over twee jaar weer een technoalbum uitkomen. Daarvoor heeft hij nu ook een eigen label, In My Room, waar dit album als eerste op uitkomt. “Wat er daarna komt, zie ik dan wel weer. Ik produceer nu een jong indieduo uit Denemarken, dat is erg leuk en nieuw om te doen, maar zolang de muziek goed is en een ziel heeft, kan ik ook net zo makkelijk country, pop of techno uitbrengen.”
“Ik neem in ieder geval de tijd, voorlopig ga ik niet touren”, vervolgt hij. Een opvallend besluit voor een artiest die vlak voor de zomer met een album komt -die zou je normaalgesproken langs alle festivals touren. “Mijn boeker is er ook niet blij mee, het is volledig mijn besluit. Maar ik ben me bewust van het feit dat dit album wat tijd nodig heeft; mensen moeten er aan kunnen wennen. Als ik nu festivals ga spelen met een album dat nog niemand echt goed heeft gehoord, dat zou niet werken. Ik heb dus echt gigs gecanceld en constant nee gezegd. Ik wacht liever, zodat het album een eigen leven kan gaan leiden, en dan kunnen we een tour gaan doen. In oktober staan al 18 gigs door heel Europa gepland, zo kunnen we de zomer gebruiken om alles voor te bereiden.”
Het toont de eigenzinnigheid van Trentemøller. Niks commercieel aantrekkelijke klusjes (zelfs dj-gigs komen er voorlopig niet in), alles draait om de muziek en die zo goed mogelijk te presenteren. “Heb ik meteen tijd om wat zomerse tracks te produceren”, grinnikt hij. “Kan ik de mensen toch nog vrolijk maken.”
txt Nico van der Plas
imgs Noam Griegst & APE archief
“Ja, ik weet het”, klinkt het twijfelachtig, bijna verontschuldigend. “Veel mensen moeten wennen aan dit nieuwe geluid; ze moeten het album meerdere keren draaien voordat ze er echt iets over kunnen zeggen. Voor mij was het echter geen optie om iets anders te maken, dit is simpelweg de muziek die er uitkwam -dat kun je niet negeren.”
Anders Trentemøller, grensverleggend producer uit Denemarken, veroverde Europa vier jaar geleden met The Last Resort, een plaat waar hij zijn ervaring als danceproducer samenbracht in uiteenlopende sfeermuziek, met zowel invloeden uit de ambient, minimal en (indie)pop. Nu is hij in Amsterdam om die langverwachte opvolger te bespreken, een plaat met vooral diep donkere luisterliedjes. “Ik heb het niet in me om vrolijke liefdesliedjes te maken”, zegt hij. “In de krochten van de melancholie kan ik veel beter mijn weg vinden, daar kun je diepere lagen in kwijt.”Toch had hij niet het plan nu even een lekker zwartgallige plaat te maken. “Ik ben ook helemaal niet depressief ofzo, het is niet dat ik de hele dag thuis zit te huilen, haha! Maar ik zie melancholie ook niet hetzelfde als triestheid, het heeft juist een enorme schoonheid. Op dit album hoor je echter geluiden die best dramatisch zijn, dat was niet gepland. Ik vroeg me zelf op een gegeven moment ook af, waar komt dit vandaan?”
Hij kan er zelf de vinger niet op leggen. Misschien dat hij ditmaal niet met zijn vaste bandleden werkte, zoals op het eerste album? “Ik heb bijna alles zelf ingespeeld in mijn thuisstudio. Dat zorgde er wel voor dat het een meer eenzaam proces werd. Maar volgens mij heeft dat niet specifiek in dit geluid geresulteerd. Ik denk dat het eerder komt omdat ik de laatste jaren andere muziek ben gaan luisteren. Van indie tot shoegaze tot jaren 60 surfmuziek, ik raakte steeds verder van de dance verwijderd. Vooral de minimal, waar ik aanvankelijk onder werd geschaard, sprak mij allang niet meer aan. Ik heb me er eigenlijk nooit thuisgevoeld, maar tegen het einde werd die muziek zo klinisch en anoniem, daar moest een reactie op komen.”
Hij noemt de indiescene, waar elementen uit de dance werden samengebracht met songwriting. “Naar mijn mening een reactie op die steeds saaier wordende minimal”, zegt hij. “Als dj draai ik ook allang niet meer pure techno of minimal, eerder mashups en bootlegs uit zowel de indie- als dancescene. Gewoon beats met rock-invloeden, zelfgemaakte mashups enzo..”
Zou dat de sleutel tot Into The Great White Yonder zijn? Trentemøller heeft het echter ook over de Scandinavische muziekscene, waar weinig commerciële dance te vinden is, maar wel flink veel experimentele elektronica, alsmede folk en indierock. Vaak met eveneens een flinke dosis melancholie. “Luister terug naar oude Noordelijke volksliedjes, daar hoor je het ook.”Kenners zagen het overigens al aankomen. Vorig jaar bracht Trentemøller reeds mixalbum Harbour Boat Trips: Copenhagen uit, waarop uitsluitend onbekende indiepop te horen was. “Dat was voor mij de kans om de muziek te laten horen die mij de laatste tijd heeft beinvloed. Ik denk nooit na of het wel elektronisch of niet, voor mij is er geen onderscheid. Al besef ik dat veel mensen mij zien als elektronische artiest, dit zal voor veel mensen alvast wat ogen hebben geopend.”
Met zijn donkere haar, kleding en zelfs zwartgelakte nagels lijkt de Deen zich helemaal te hebben ondergedompeld in zijn nieuwe stijl. Al kan er volgens hem net zo makkelijk over twee jaar weer een technoalbum uitkomen. Daarvoor heeft hij nu ook een eigen label, In My Room, waar dit album als eerste op uitkomt. “Wat er daarna komt, zie ik dan wel weer. Ik produceer nu een jong indieduo uit Denemarken, dat is erg leuk en nieuw om te doen, maar zolang de muziek goed is en een ziel heeft, kan ik ook net zo makkelijk country, pop of techno uitbrengen.”“Ik neem in ieder geval de tijd, voorlopig ga ik niet touren”, vervolgt hij. Een opvallend besluit voor een artiest die vlak voor de zomer met een album komt -die zou je normaalgesproken langs alle festivals touren. “Mijn boeker is er ook niet blij mee, het is volledig mijn besluit. Maar ik ben me bewust van het feit dat dit album wat tijd nodig heeft; mensen moeten er aan kunnen wennen. Als ik nu festivals ga spelen met een album dat nog niemand echt goed heeft gehoord, dat zou niet werken. Ik heb dus echt gigs gecanceld en constant nee gezegd. Ik wacht liever, zodat het album een eigen leven kan gaan leiden, en dan kunnen we een tour gaan doen. In oktober staan al 18 gigs door heel Europa gepland, zo kunnen we de zomer gebruiken om alles voor te bereiden.”
Het toont de eigenzinnigheid van Trentemøller. Niks commercieel aantrekkelijke klusjes (zelfs dj-gigs komen er voorlopig niet in), alles draait om de muziek en die zo goed mogelijk te presenteren. “Heb ik meteen tijd om wat zomerse tracks te produceren”, grinnikt hij. “Kan ik de mensen toch nog vrolijk maken.”
txt Nico van der Plas
imgs Noam Griegst & APE archief





