Voorafgaand aan Nathan Fake's tweede album ging al het gerucht dat het wonderkind uit Groot Brittanië een meer dansvloergerichte plaat zou gaan maken. Niet moeilijk na zijn geniale, maar ietwat moeilijk te verteren debuut Drowning in a Sea of Love uit 2006. Op Hard Islands komt de James Holden-adept zeker sterk uit de startblokken met de overstuurde psychedelica van The Turtle, gevolgd door meer freaky Border Community-gestijlde elektronica op Basic Mountain. Fake blijft volledig zichzelf met tracks die op het eerste gehoor als trancey dansnummers klinken, maar laat de geluiden vervolgens heerlijk ontsporen tot vreemde, duistere geluidspatronen. In het geval van Castle Rising leidt dat zelfs tot een heftige acid-climax, bij Fentiger begeleiden druk stuiterende beats juist naar een dromerige synth-melodie. Liefhebbers zullen ervan smullen, maar met een lengte van ruim 30 minuten mag dit eigenlijk geen volwaardig album worden genoemd. Daarvoor schiet Fake te snel naar verschillende hoogtepunten, de trip is voorbij voordat je het beseft.txt Nico van der Plas
