Features + Interviews
Interview St. Germain || “St. Germain is back and this is only the beginning”

Interview St. Germain
“St. Germain is back and this is only the beginning”

24 september 2015

Het is een rustige zomermiddag in Amsterdam als we door de binnenstad naar het Vondel Hotel lopen. Half Amsterdam is op vakantie en toeristen hebben het centrum overgenomen, als ze dat al niet deden. Op deze dag mogen wij met de Franse muzikant St. Germain praten. St. Germain ja, waarvan na zijn enorme succesalbum Tourist vijftien jaar lang weinig tot niets meer vernomen was.

Ludovic Navarre, zoals de echte naam van St. Germain luidt, bracht Tourist in 2000 precies uit in de periode dat loungemuziek z’n beste tijd beleefde en werd daardoor ook bijna een soort boegbeeld van die stroming. Hij was er zelf echter behoorlijk klaar mee na dat succes en trok zich terug. Normaal gesproken misschien niet zo gek gedacht, maar nu duurde en duurde de sabbatical maar. Totdat in mei dit jaar ineens bekend werd dat St. Germain in oktober een nieuw album zal uitbrengen. Verbazing en verrassing alom.

Het is daarom ook een beetje vreemd om dan ineens in een Amsterdams appartementje tegenover hem te zitten. Navarre is slechts voor twee daagjes overgekomen om de vragen van de pers te beantwoorden. Of eigenlijk vooral die ene onvermijdelijke vraag over wat er in al die jaren is gebeurd. Daarnaast is er nog wel wat argwaan te bespeuren bij de meeste journalisten over wat te verwachten. Navarre profileerde zich in interviews uit het verleden nu niet bepaald als een mensenmens. Zijn antwoorden waren vaak wat schuw, kortaf of ontwijkend als je ze terugleest. Uiteindelijk blijkt dit beeld van toen wel wat misleidend, want wanneer je de muzikale snaar van Navarre weet te raken, verandert hij in een spraakwaterval.

Wereldwijd verkocht je van je laatste album Tourist bijna drie miljoen exemplaren. Je stond op de grootste podia ter wereld en toen werd het stil.... vijftien jaar lang. Wat heb je in al die jaren in godsnaam gedaan?
Ik heb uitgerust en gewerkt, ongeveer vijf jaar uitgerust en tien jaar wat gewerkt.

Hoe zwaar was die periode daarvoor?
Ja, het was wel heel intens. Ik heb ongeveer driehonderd concerten gegeven in tweeënhalf jaar tijd. Dat was dus bijna elke dag. Daarnaast heb ik natuurlijk ook veel gereisd in die tijd en veel interviews gegeven. En ja, dan heb je dus eigenlijk nooit rust. Gedurende die periode was het interview-concert-interview-concert. Vaak waren die interviews dan ook voor het optreden en ja, na tweeënhalf jaar heb je er dan wel genoeg van.

Hoe duid je je nieuwe album? Waarin verschilt het van Tourist?
De manier van werken is precies hetzelfde als toentertijd met Tourist. Het verschil zit ‘m in de klanken. Hoe ik het heb opgebouwd is hetzelfde, maar er zit een bepaalde andere gevoeligheid in, een ander universum, andere stijlen, en daarin verschilt het.

De tekst van Sittin’ Here (een track op het nieuwe album, red.) trof me: “Je suis assise ici en leur disant bien haut. Avec ma melodie. Ne croisons pas les bras. Ne fermons pas le yeux. Ne restons pas assis.” Verwoordt die tekst het waarom achter je ‘time out’? Je bent geen man voor de spotlights?
Nee, het was meer bedoeld om mensen wakker te schudden. Dat we eigenlijk in beweging moeten komen en wat meer op onze wereld gaan letten, dat we respect voor elkaar moeten hebben. Dat mensen eens wat minder aan zichzelf denken en stoppen met te profiteren van anderen.

Ik las het als verkapte kritiek op de grote platenmaatschappijen, die nogal eens willen of kunnen profiteren van de artiesten die zij vertegenwoordigen.
Nee, het was meer algemeen bedoeld. In het leven heb je op zich niet veel nodig. Als je al een dak boven je hoofd hebt heb je eigenlijk al wel genoeg. Maar de meerderheid van de mensen is altijd op zoek naar meer en dat is iets dat ik gewoon niet snap.

Kun je ons wat over het creatieve process achter je nieuwe album vertellen? Hoe is het om als computermuzikant samen te werken met een hele rits traditioneler ingestelde muzikanten?
Ja, het ligt er een beetje aan wat je bedoelt met samenwerken. Er gaat in ieder geval een hoop tijd overheen, het is niet makkelijk. Wat ik ze vooral meegeef is echt traditioneel te spelen, ze moeten zich niet laten beïnvloeden door Europese of Westerse stijlen. Ik wil dat hun muziek, de klanken, de kleur van het land weerspiegelen. Het moet echt authentiek zijn.

Botst dat wel eens?
Dat is voor hen vaak heel moeilijk, om die authentieke stijlen samen te brengen met die moderne stijl van mij. Dat zijn ze niet gewend en dat is lastig. Zij moeten met hun traditionele muziekstijl dus iets anders doen dan normaal, daar hebben ze vaak geen tijd voor. Wat ik dus doe is dat ik hen iets laat spelen, dat neem ik vervolgens op, en dat dan nog zonder mijn muziek erachter te plakken. Dat doe ik later.

De plaat roept onmiskenbaar een Afrikaanse sfeer op, een sfeer van plezier en emotie. Wat trof je in dat traditionele Afrikaanse geluid, zodanig dat je er iets mee wilde?
Er zit heel veel emotie in Afrikaanse muziek. Ze hebben daar een hele fijne en subtiele manier van muziek maken. Zo kunnen ze aan de ene kant heel verfijnd en zachtjes snaren aanraken en daarmee een uniek geluid maken waarna ze daarna ook ineens helemaal tekeer kunnen gaan op datzelfde instrument. Het is als een soort hartritme waarbij je soms ineens van die pieken hebt. Dat zie je ook terug in de Afrikaanse manier van dansen. Het ritme daarvan kan je langzaam in slaap wiegen en je dan opeens weer klaar wakker maken door een plotselinge explosie van energie.

Wat ik ook mooi vind is om te zien hoe ze die muziek maken, omdat het zo anders is dan hoe wij hier in Europa muziek maken. Bijvoorbeeld met betrekking tot gitaar spelen: Wij spelen gitaar van boven naar beneden, maar zij doen dat met twee vingers en spelen dan alleen maar van beneden naar boven, en dan ook nog eens erg snel.

Vijftien jaar geleden liet je al in interviews weten erg geïnteresseerd te zijn in hoe bepaalde instrumenten bespeeld worden, en dan met name de Afrikaanse. Zelf speelde je toen geen instrument. Heb je daar nog aan gewerkt in die vijftien jaar?
Nee, helaas, ik ben lui geweest.

Ik proefde op je nieuwe album wat invloeden van Afrikaanse, (Malinese) bluesartiesten als Ali Farka Touré, Toumani Diabaté en Boubacar Traoré. Heb je je nog door artiesten als hen laten beïnvloeden?
Ik heb me niet echt door hen laten beïnvloeden, al heb ik wel veel naar ze geluisterd. Ik heb me meer door traditionele instrumenten als de kora en de ngoni laten beïnvloeden. Daar heb ik veel naar geluisterd en wie me dan vooral interesseerde waren de Toeareg, een nomadenvolk uit Mali, en de traditionele jagers, de Donso. Die laatste maken muziek met behulp van de zogeheten ‘kamele ngoni’. Dat instrument lijkt heel veel op een kora, maar is meer percussie. Dat instrument heeft me voornamelijk geïnspireerd omdat het echt de geschiedenis van het land vertelt. Dat heeft me meer inspiratie opgeleverd dan de bekende blueszangers uit Mali.

Het album heeft trouwens helemaal geen naam. Komt dat nog?
Nee, het heet gewoon St. Germain, dat is het. Misschien dat ik het nog naar de kleur van het album kan noemen, ik zal er eens over nadenken (lacht). Eigenlijk zou ik nog wel graag barsten in het masker op de albumhoes willen zien zodat daaronder zwarte huid te zien is. Daar gaan we misschien nog wel serieus iets mee doen.

Vroeger, heel vroeger, maakt je met onder andere Laurent Garnier nog echt pure techno en house. Maak je dat soort muziek nog wel eens?
Ik luister nog wel naar techno, maar ben eigenlijk al gestopt met het produceren daarvan voor Boulevard, dat was in 1994. Met house ben ik nog wel verder gegaan. Dit aankomende album typeer ik in dat opzicht als ‘afrodeep’, een combinatie van deephouse met Afrikaanse invloeden. De ‘gewone’ house zoals ik die toen maakte interesseert me niet meer, verveelt me zelfs, al is het in de toekomst niet uit te sluiten dat ik iets met Zuid-Afrikaanse afrohouse ga doen.

Wat vind je van de huidige dancescene? Volg je de ontwikkelingen?
Ik volg het eigenlijk niet echt wat er op mainstreamvlak gebeurt. Ik luister wel naar veel muziek maar er is maar weinig dancemuziek die me in dat opzicht op het moment kan boeien of opwinden. Veel is hetzelfde, ik vind het allemaal weinig creatief. Het enige wat ik dus wel interessant vind is dus die afrohouse.

Op je website staat prominent de tekst: "St. Germain is back and this is only the beginning". Dat suggereert dat je alweer met ideeën voor volgende projecten rondloopt. Beloof je dat je ons niet weer vijftien jaar op een nieuw album laat wachten?
Nee, deze boodschap betekent dat ik nu vijftien jaar blijf (lacht). Nee, het geeft aan dat ik weer echt veel zin heb om dingen te gaan doen. Ik heb veel ideeën in m’n hoofd, al is er nog niks definitief. Aan het einde van dit jaar zal een en ander meer vorm gaan krijgen. En nu niet gaan vragen wát dan precies meer vorm gaat krijgen, hahaha.

Op 9 oktober aanstaande komt St. Germain's nieuwe album uit in Nederland en op 10 november geeft hij een concert in TivoliVredenburg in Utrecht, dat helaas al is uitverkocht.

Txt: Colin Kraan // Imgs: Benoit Peverelli

Advertentie
Party Tips