Features + Kunst & Cultuur
Painting Jockeys, Nachtmuseumdirecteuren en Kunstschilders: Een Allegorie voor de Techno-Industrie

Painting Jockeys, Nachtmuseumdirecteuren en Kunstschilders: Een Allegorie voor de Techno-Industrie

09 juni 2015

Stel je voor: in de nabije toekomst host het kersvers opgerichte, maar nu al ongekend populaire Amsterdamsch Nachtmuseum voor Schoone Kunsten ieder weekend nachtexposities. Uiteraard zijn er meerdere nachtmusea in de stad, maar het ANMSK spant momenteel de kroon qua avant garde geloofwaardigheid. De ceremoniemeesters van deze wekelijkse exposities zijn zogenaamde painting jockies, de PJs. Vanavond is PJ François le Meister de hoofdact van de line-up. PJ François krijgt vijfduizend euro om gedurende vier uur live schilderijen op te hangen voor het publiek. PJ François is te herkennen aan zijn goed getrimde baard, zijn hippe shirt, zijn grote vierkanten bril en aan zijn opgeschoren haardracht met Duitse scheiding. Hij 'hangt' impressionisme, de stijl die op dit moment het meest populair is in het underground nachtmuseumcircuit van Amsterdam.

Voordat PJ François naar het ANMSK gaat koopt hij nog snel een paar nieuwe schilderijen op BrushPort. Dat kost hem ongeveer anderhalf á twee euro per stuk. Deze indrukwekkende investering levert hem een handvol gloednieuw en origineel impressionistisch werk op, dit keer een Claude Monet, Paul Cézanne en Vincent van Gogh.

PJ François hangt vanaf één uur en gaat door tot een uur of vijf. Best een lange nacht van hard werken dus. Le Meister is old school en daarom boort hij nog ambachtelijk gaatjes in de muur met een handboor om vervolgens met een vuistdikke kruiskop schroevendraaier schroefjes handmatig in de muur te draaien. Aan deze schroefjes hangt de PJ de schilderijen op. Met een waterpas zorgt hij dat de schilderijen perfect recht hangen. Mensen hebben hier veel respect voor; meer moderne PJ’s gebruiken weleens boormachines en elektrische schroevendraaiers, maar dat doet toch iets af aan de authenticiteit van een hangsessie. Helemaal modern is tegenwoordig het steeds betaalbaarder wordende, volautomatische kliksysteem om schilderijen snel en 100% waterpas aan de muur te hangen. PJ François walgt hiervan en kijkt neer op dit soort PJ’s. François vindt zichzelf als handmatige hanger een échte artiest. De machinehangers en de klikkers vindt hij maar nep.

Natuurlijk is PJ-en meer dan de handeling van het ophangen an sich. Een goede PJ hangt de schilderijen in een strak opgebouwde volgorde, waarin elk volgend schilderij dat hij ophangt, een logisch vervolg is op het vorige: de kleuren matchen en individuele thema’s smelten samen tot een verhaal. PJ Le Meister kan dit als geen ander. Keer op keer zet hij een fantastische expositie neer waar mensen nog lang over napraten. François wordt alom geroemd om de prachtige schilderijenseries ('sets') die hij hangt. Geregeld verschijnt hij in interviews op websites en in bladen. Mannen geven Le Meister een hand tijdens zijn hangsessies en willen met hem op de foto. Vrouwen vinden François een echte artiest en willen graag met hem naar bed. Het is dan ook helemaal niet vreemd dat vrijwel elke jonge man vandaag de dag PJ wil zijn. Voor de investeringskosten hoeft bijna niemand het te laten om een poging te wagen: een boormachine, een elektrische schroevendraaier, schroefjes en een aantal topdoeken van Paul Gaugain, Piet Mondriaan of Pablo Picasso zijn zo gekocht. Echter, slechts een enkeling bereikt wat François heeft bereikt. Alleen de jongens die heel goed kunnen netwerken, goede contacten hebben met nachtmuseumeigenaren, of die hun eigen nachtexposities organiseren, maken nog een kans om door te breken als PJ.

Claude Monet, Paul Cézanne en Vincent van Gogh vinden het altijd een enorme eer als ze door François worden gehangen. Claude is erg trots dat zijn doek Bassin aux Nymphéas wekelijks door PJ’s in verschillende gerenommeerde nachtmusea wordt gehangen. Claude kan zelf ook redelijk indrukwekkend hangen, maar hij is toch vooral een schilder. Althans, dat houdt hij zichzelf voor. De kans dat hij zelf als PJ wordt geboekt is namelijk klein. Vrijblijvend PJ-en op zijn eigen verjaardag zit er nog wel in, maar hij zal zeer waarschijnlijk nooit geboekt worden door het ANMSK. Zijn kleding en kapsel zijn niet hip genoeg. Hij heeft geen vlotte babbel om te netwerken. Hij heeft geen schare hipstermeisjes die zijn naam op social media doet rondzingen, en die hipsterjongens die op hipstermeisjes vallen naar zijn hangavonden zou kunnen trekken. Het grootste deel van het publiek en de nachtmuseumeigenaren heeft eigenlijk nog nooit van de naam Claude Monet gehoord, hoewel ze er stuk voor stuk op woensdag al naar smachten om vrijdagnacht een Monet te zien. Ze hebben evenmin gehoord van Paul Cézanne of Vincent van Gogh, maar ze kunnen wel hun werken in detail beschrijven. François le Meister daarentegen is wel een bekendheid. Het grootste deel van het publiek denkt dat François zelf de schilderijen heeft gemaakt die hij hangt. Of, wat vaker voor komt, het publiek en de nachtmuseumeigenaar hebben simpelweg geen idee hoe de schilderijen vervaardigd zijn die door PJ’s gehangen worden.

Claude, Paul en Vincent lopen hier vaak tegen aan als ze praten over hun schilderhobby, bijvoorbeeld met collega’s tijdens hun reguliere baan (ze leven niet van het schilderen, want zolang schilderijen hooguit een euro of twee kosten op BrushPort, kan niemand zichzelf met de winst bedruipen). Best frustrerend vinden ze dat, vooral als ze bedenken dat PJ’s honderden, duizenden, of zelfs tienduizenden euro’s per avond verdienen met het ophangen van andermans schilderijen. Steevast krijgen ze in gesprekken over hun hobby opmerkingen als: “Goh, ik dacht dat de PJ zijn schilderijen zelf maakte!” of “Schilder? Wat is dat? Nooit van gehoord.., maar ga je ook wel eens ophangen ergens?”.

Meestal laten de mannen het erbij. Voor de gemiddelde hangadept is het nog wel te begrijpen hoe een PJ een schilderij ophangt, maar zo’n iemand kan over het algemeen niet goed bevatten hoe complex schilderen is. Hoe enerzijds uiteenlopende, jarenlang verfijnde schildertechnieken en anderzijds een uitgebalanceerde combinatie van verf in oneindig veel kleurtinten, talloze kwasten, de mengverhouding van verfverdunner of zelfs het soort doek zorgen voor de creatie van een meesterwerk, of juist net niet. En welke specifieke elementen in het schilderij door het nachtmuseumpubliek gewaardeerd zullen worden; kortom wat 'werkt' en wat niet.

Soms worden het publiek en de nachtmuseumeigenaren in verwarring gebracht als het gaat om het verschil tussen hangers en schilders. PJ Henk, een collega van PJ François, hangt wel degelijk ook 'eigen' schilderijen; schilderijen die daadwerkelijk onder zijn naam te vinden zijn op BrushPort. Vincent van Gogh 'ghostschildert' namelijk af en toe doeken voor PJ Henk. Ze gaan dan samen in Vincents atelier zitten, waar PJ Henk aan Vincent aangeeft hoe het schilderij er ongeveer uit moet komen te zien. Het schilderij wordt vervolgens onder naam van PJ Henk verkocht op BrushPort. In ruil hiervoor krijgt Vincent een percentage van de winst. Dit gebeurt uiteraard in het diepste geheim. Het publiek en de nachtmuseumeigenaren weten niet beter dan dat PJ Henk de schilder is van zijn eigen werken. PJ Henk houdt deze mythe graag in stand. Sterker nog, PJ Henk is oprecht van mening dat zijn schilderij hoofdzakelijk (uitsluitend) het resultaat van de input is die hij leverde en dat Vincent slechts verantwoordelijk is voor de realisatie ervan. Vincent deed in PJ Henk’s beleving niet veel meer dan het plaatsen van verf op het doek op grond van zijn aanwijzingen. Dat Vincent gedurende dit proces technieken toepaste die hij in de loop der jaren verfijnd heeft, zelf bedacht welke kleurtinten de beste balans op het doek vormden of de juiste mix aan verfverdunner gebruikte; daar heeft PJ Henk werkelijk geen idee van. Ooit probeerde PJ Henk wel een keer zelf te schilderen, maar al snel kwam hij er achter dat dit veel te veel werk was en dat je er bovendien creatief en technisch talent voor nodig had. Sindsdien is hij zich dan ook gaan toeleggen op het PJ-en. In het nachtmuseum oogst hij alle lof voor 'zijn' productie en PJ Henk geniet daar intens van. Bovendien krijgt hij er vorstelijk voor betaald. Hij hoeft er tenminste niet zoals Vincent nog een negen tot vijf op na te houden.

Het bovenstaande verhaal klinkt gechargeerd. Toch is er op geen enkele wijze sprake van overdrijving in deze allegorie voor de techno-industrie. Er staat techno-industrie, maar het probleem strekt zich uit tot in alle krochten van de elektronische dansmuziek. Van techno tot deephouse, van progressive tot minimal en van trance tot electro. Ergens is het helemaal mis gegaan en gaan eer en geld niet meer naar de personen die dit het meest verdienen. Je zou mogen verwachten dat er juist in een undergroundcircuit ruimte is voor ware kunst en voor erkenning en respect voor de daadwerkelijke kunstenaars; naar Claude Monet, naar Paul Cézanne en naar Vincent van Gogh. Toch is hier in de meeste gevallen geen sprake van. De Amsterdamse scene - maar dit geldt ook voor de Berlijnse, de Londense, of de Buenos Airiaanse - is vervuild met een overkill aan leeghoofdige play-button-drukkers; ongeacht of dit nu met draaitafels, cd-spelers of midi-controllers is. Gelukkig is er nog steeds waar talent dat dat wél optreedt met hun creaties, hun producties; denk aan Joris Voorn, Egbert Live of Eelke Kleijn. Toch zijn dit helaas uitzonderingen. ALLE clubs en festivals bieden - bij de gratie van de clubeigenaren en organisatoren - een podium voor personen die louter shinen met andermans kunstwerken.

Txt: Sjoerd Korsuize

Advertentie
Party Tips